Tijdens de achttiende Tuinvlindertelling (10-12 juli) zijn landelijk zo’n 108.000 vlinders geteld. Met gemiddeld bijna tien vlinders per kwartier leverden elfduizend tellingen een mooie opbrengst. De atalanta werd het meest gespot, gevolgd door het kleine koolwitje en op de derde plek de dagpauwoog.
Van de 53 vlindersoorten die we landelijk nog hebben zijn 21 soorten ook op Linnaeus en Frankendael waargenomen. Meer dan de helft van de vlinders staan op de rode lijst.
Het gaat in het algemeen dus niet goed met de vlinders in Nederland, aangezien de totale populatie dagvlinders sinds 1992 met 56 procent is gedaald.
Hoewel de recente tuinvlindertelling door het warme weer een klein lichtpuntje liet zien ten opzichte van de historisch slechte jaren 2023 en 2024, blijft de lange termijn trend zorgwekkend.